De tijd kwijt

“Ik wil ook graag naar de top klimmen!” Mijn jongste zoon (bijna 4) is aan het woord en wil net als zijn grote broer ook een bergtop beklimmen in Oostenrijk. Dat hij goed in de bergen loopt, wisten we al van een vorige vakantie, dus zo gezegd zo gedaan. Eerst met zijn vieren met een kabelbaan omhoog, want helemaal vanuit het dal was toch nog iets te veel van het goede. 

Juichmoment


Eenmaal boven gingen we van start. We hadden er meteen goed de pas in. De kleine man had echt zijn blik op de top en moest en zou boven komen, hoe klein zijn beentjes ook waren. Veel aanmoediging had hij dan ook niet nodig. En hoe trots was hij toen we, na 2 uur lopen,  eindelijk boven kwamen. Luid juichend stond hij daar. Dat moest gevierd worden! Het lekkers en de pakjes fris werden snel uit de rugzak getoverd en al genietend van het prachtige uitzicht opgepeuzeld. 
 
Maar wie naar boven loopt, moet ook weer naar beneden. Op zich was dat geen probleem. De beentjes waren wel al wat moe. Het tempo was er ietwat uit en er moest wat vaker gepauzeerd worden, maar dapper stapte de kleine man toch door. Onderwijl genoten we van de mooie vergezichten. We namen gewoon onze tijd, geen probleem.

Waterlanders


Helaas voor ons bleken we die tijd echter niet te hebben. Eindelijk beneden was de kabelbaan namelijk al dicht. De laatste rit naar beneden was om half vijf en het was inmiddels al half zes geweest. Shit! Dat krijg je ervan als je graag in gebieden loopt waar weinig tot geen mensen komen. En als je geen horloge of telefoon bij je hebt....
 
Tot overmaat van ramp begon het ook nog eens flink te regenen. Wat nu? Alles was dicht, dus er zat niets anders op dan naar het dal te lopen. Een fikse tocht, want we zaten behoorlijk hoog. De moed zakte onze kleine mannen in de schoenen. De waterlanders vonden dan ook al snel een weg naar buiten. De beentjes hadden het volgehouden tot de kabelbaan. Ze waren nu toch echt moe.

Oerkracht


Waar mijn lief begon te vloeken en tieren en met kreten als ‘we hadden’en ‘als’ begon te strooien, kwam er bij mij een soort oerkracht los. We zaten nu eenmaal hierboven en er was geen andere manier naar beneden dan te voet door de regen. Dus niet lullen maar lopen! We moesten per slot van rekening de kinderen veilig beneden zien te krijgen. Dat was het belangrijkste! Dus hoppa, geen gezeur! Rugzakken weer op, kids op de nek en gaan. En vooral vrolijk blijven doen om de moed er nog een beetje in te houden.

Hop paardje hop


Het was pittig! We zijn uiteindelijk drie uur onderweg geweest. Mijn benen en nek begonnen toch behoorlijk zeer te doen, maar we konden niet opgeven. We moesten vrolijk maar stug door blijven lopen ookal kwam de regen inmiddels met bakken uit de lucht.  En het moet gezegd, de jongens hebben geen enkele keer geklaagd. Ook niet dat ze honger of dorst hadden, wat gezien het tijdstop toch zeker niet raar zou zijn geweest. Zouden ze ook iets van die oerkracht gevoeld hebben? De jongste, die doorweekt en bibberend van de kou op mijn nek zat, wist er zelfs nog een spelletje van te maken. Mama was namelijk het paard. Hop paardje hop. “Maar mama, paarden rennen toch altijd? Waarom ren jij dan niet”. Alles goed en wel, maar dat was toch een beetje te veel gevraagd. Ik was blij dat ik de ene voet nog net voor de andere kon zetten. 

Leermoment

Wat waren we blij toen we eindelijk bij de auto kwamen. Het tweede juichmoment van deze dag. Mooi die verbondenheid tussen ons vieren. De trots, omdat we dit toch ook maar mooi weer geklaard hadden. Een uurtje later, genietend van een welverdiende pizza, overheerste nog steeds de euforie. Toen ik de volgende ochtend zo stijf als een plank van de spierpijn uit bed rolde, bedacht ik me echter dat het de volgende keer misschien wel handig zou zijn om een telefoon mee te nemen. Zeker als je kinderen bij je hebt! Een leermomentje zullen we maar zeggen!  

Add new comment